Spring, Zing en Groei!

Nee, helemaal niet’ is het antwoord van een 3 jarige op mijn vraag of hij handpop Pino nog een ‘high five’ of een knuffel komt geven. Duidelijker kan hij niet aangeven dat hij helemaal niet naar huis wil. Zo’n les muziekeducatie is veel te leuk. En niet alleen leuk, maar veel meer dan dat!


Spring en Zing, daar groei je van!

Bij het begroetingsliedje begin ik met M. Ze is 3,5 en heeft, samen met opa, al verschillende cursussen gevolgd. Pino tijdens het begroetingsliedje een hand of high five geven… nee dat had ze nog nooit gedaan. Maar ons geduld en ons respect voor het feit dat zij al die tijd nodig had om zelf die stap te zetten om naar Pino te komen werd vandaag beloond. Ze zei luid en duidelijk haar naam, stond op en gaf Pino een dikke knuffel. Opa kon zijn ogen niet geloven, hij fluisterde: ’De eerste keer!’ Daarna aan de slag met de spreektekst ‘Hoofd, schouders, elleboog, been’. Niet alleen de grote teen kwam ter sprake maar ze vragen ook om de spreektekst te doen met aan het eind de kleine teen. En ja.. er zitten 5 tenen aan de ene voet en vijf aan de andere. Doelen als lichaamsbesef, en benoemen lichaamsdelen behalen we gemakkelijk. Maar ook ritme, timing en trainen van o.a. klein motorische vaardigheden. Wanneer we bezig zijn zie ik de gezellige onderonsjes tussen ouder en kind: het tellen van de tenen. Heeft mama ook een grote en een kleine teen, hoeveel ellenbogen en schouders heb je.. en zo kunnen we nog even doorgaan.


Dan stappen we over naar het liedje ‘Maak eens een zonnetje’ (Weer 'n liedje). Alle ouders masseren een zonnetje op de rug van hun kind, daarna volgen overal regendruppels en tot slot de regenboog. Dan nog een keer het spel, en nog een keer. En kunnen alle kinderen het ook doen op de rug van papa, mama of opa? Ja hoor, de meeste peuters zijn daar wel voor in. De prettige manier van aanraken en de verschillende vormen van masseren bouwen mee aan de relatie ouder kind. En wanneer de peuters in staat zijn om de handelingen zelf uit te voeren bij een ander is dat een stap in hun emotionele en cognitieve ontwikkeling.


Daarna is de brandweer onderwerp van gesprek. Een van de peuters kwam al binnen met een rode brandweerhelm op zijn blonde krullen. Tijdens de begroeting mocht Pino al even aan de helm voelen, die was lekker zacht… Een ingang naar het onderwerp brandweer ligt dan zo voor de hand en de vanzelfsprekendheid van het laten klinken van de sirene van de brandweer is dus eigenlijk al in gang gezet tijdens het begroetingslied. Een plaat met de grafische notatie van de geluiden van de sirene wordt nu het uitgangspunt. Ik vertel dat ik vanmorgen de brandweer hoorde aankomen, heel zachtjes in de verte en ik beweeg met mijn vinger over de kleine stippen op de plaat en zing zacht: 'ta- tu, ta-tu'. Dan wijs ik naar de grotere stippen en meteen wordt het geluid van de sirene harder. Zo klinkt het wanneer de brandweer langs komt. Dan de volgende regel, eerst dikke stippen en dus nog een harder geluid en dan verdwijnt het geluid van de sirene in de verte en worden de stippen weer kleiner…. Heel logisch voor de kinderen. Zo kan ik, zonder uitleg maar gewoon door hun aandacht te trekken via geluid en beeld, het muzikale spel voorbereiden. Het enthousiasme om meteen zelf aan de slag te gaan met de geluiden van de sirene is heel groot. Ieder kind krijgt een plaat met de grafische notatie en voor ik ze allemaal uitgedeeld heb wijzen de ouders al samen met hun peuter de stippen op de kaart aan en klinken de sirenes al. Een prachtig betekenisvol stemvormingsmoment en meteen een voorbereiding op het van links naar rechts meelezen en op de volgende regel verder gaan.


Dit muzikale spel sluit mooi aan bij het liedje ‘de brandweerman’, wat met ‘ta- tu’ begint. Ik zing het liedje terwijl ik de vertelplaat uitdeel. Meteen gaan ouders en kinderen samen in gesprek over wat er allemaal te zien is op de illustratie. Er wordt van alles aangewezen en daar wordt taal aan gegeven. Ouders stellen vragen en dagen de peuters uit om te verwoorden wat ze zien. De cijfers op de helmen worden ontdekt maar ook de verschillende dieren, de kleuren op de paraplu, de ladder, de sirene.

En dan zing ik nog een keer het liedje maar nu speel ik het spel met het ‘brandweerstuur’ (een stuk flexibele elektriciteitsbuis met een koppelstukje) wat getransformeerd kan worden naar brandweerslang. Enkele kinderen kennen het liedje en het spel al en er wordt dus meteen flink gezongen: ‘ta-tu, ta-tu, ta-tu’. Ze hebben al alle ruimte gekregen om betekenis te geven, om hun eigen ervaringen en interesse te richten op wat er te zien en te horen is. We hebben er taal aan gegeven, ze hebben samen met papa, mama of opa er lekker over gekeuveld en nu wordt het tijd voor actie. De brandweersturen vragen om een rondje rijden en daar gaan we. Precies op tijd worden de sturen omgevormd tot slangen en wordt er stevig geblust: ssssssss… nog meer stemvorming. Dat moet natuurlijk ook enkele keren met de track van de cd van Doosje 2 (Zingendoemaarmee.nl) ….. nog meer muziek, betekenis en reactie momenten. En natuurlijk worden er nog meer brandjes geblust en verzinnen ze allerlei plekken waar de brandjes zijn. Dat ‘doen alsof spel’ spelen ze vol overgave. En herhalen… dat gaat vanzelf. Dan zijn uiteindelijk alle brandjes uit en mogen de brandweersturen weer naar de kazerne. Pino past er wel op. Ze brengen zelf alle sturen naar de tafel.


Beweging kan er niet genoeg zijn in een muziekeducatie les… het lied ‘Van 1-2-3’ is favoriet en ze klappen, petsen en stampen precies op tijd. In het arrangement ook een deel waar het innerlijk horen aangesproken wordt. Voor deze 3 jarigen geen enkel probleem. Ze voeren alle bewegingen precies op tijd uit en laten zien dat het innerlijk horen al heel goed ontwikkeld is. Daarna stampen en stappen we nog even verder. Ik begeleid de bewegingsactiviteit op de piano en we werken aan in de maat stappen, op tijd stoppen, en langzaam en snel.


Dan komen we, bijna vanzelf, uit bij het liedje ‘ een toeterolifant’. De olifanten stappen eerst alleen door het bos en daarna ook samen met de ouder. We zingen eerst de tekst van het liedje en daarna zingen we het liedje nog een keer maar niet met de tekst maar al toeterend. Een vader maakt van een arm een slurf en dan hebben we meteen de overgang naar het toeteren. De olifantengieters komen tevoorschijn. Ze knutselen zelf de slang eraan en kiezen hun favoriete kleur van het mondstuk. Binnen ‘no time’ toeteren ze allemaal. Wat een plezier! Ik pak de koffer met de trombone erbij en ja… dat is wel heel spannend. Nadat de trombone in elkaar gezet is, zet ik er een mondstuk op en blaas. Wauw… dat klinkt. En dan is het zo fantastisch wat er gebeurt. Een voor een nemen ze hun eigen ‘toeterolifant-mondstuk’ mee en zetten die op de trombone. Ze kunnen allemaal prima blazen en het geluid van de trombone klinkt vrolijk door de ruimte. En wat een trotse papa’s, mama’s en opa! We geven ze even de tijd en de ruimte en dan .... opruimen. Alle toetergieters bij Pino. Enkele peuters ontkoppelen de slang van de gieter en leggen die op tafel. Bij Pino wordt het nu langzaam maar zeker een ‘puinhoop’ van attributen.



Op naar de laatste muzikale spelactiviteit van de les. We gaan even rustig zitten en zingen ‘visje visje’ met alle bijbehorende gebaren. Dan komen er kleine visjes bij en het ‘waterdoek’. De vissen mogen in de golven zwemmen en de peuters helpen mee om het waterdoek in beweging te krijgen. Wat een plezier. Het liedje ‘golven’ klinkt en de ouders zingen vol overgave mee. De peuters zijn bezig met wapperen, vissen ophalen die uit het water springen en een van de peuters kruipt onder het waterdoek waar hij gaat zwemmen.


Dan is het toch echt tijd om de les af te sluiten. En dan kan ik me heel goed voorstellen dat ze nog lang niet naar huis willen. ‘Nee, helemaal niet’ is dan dus het mooiste compliment dat je kunt krijgen.


Margré van Gestel, 25 juni 2021


Liedjes uit diverse uitgaven van Zingendoemaarmee.nl




Nog meer om te lezen
Recent Posts