Spelend zingen is zingen leren. Zingend spelen is veel meer dan leren zingen.

Margré van Gestel


3 jaar oud, in bed, hoofd onder de dekens. Helemaal voor jezelf, neuriën, zingen, improviseren. Herkenbare fragmenten van liedjes worden gevolgd door nieuwe melodieën met flarden van zinnen. Je eigen muziek die vertelt wat je meegemaakt hebt, hoe je je voelt. Langzaam wordt het stil, je slaapt.


5 jaar oud: Een heldere jongensstem, je eigen liedje zingend over “Sinterklaas in de file”.


De zingende kinderwereld

Liedbundels en cd’s voor jonge kinderen? Een kleine moeite om in de 21 e eeuw verschillende titels te verzamelen. Wanneer we echter de geschiedenis induiken, zien we dat er voor 1750 geen speciaal liedrepertoire voor kinderen was. Kinderen zongen gewoon de liederen van de volwassenen mee. Voor 1750 was er wel interesse in kinderen, maar specifieke kennis over de ontwikkeling van kinderen en zeker over de muzikale ontwikkeling van jonge kinderen was nog geen gemeengoed. Het bestuderen van kinderen en hun ontwikkeling gebeurde in die tijd niet op een wetenschappelijke manier.

De evolutietheorie van Charles Darwin (1859) is van grote invloed geweest op het ontstaan van wetenschappelijke interesse in het verloop van de ontwikkeling van kinderen. Het beeld van een kind als een miniatuur volwassenen verdween hierdoor en langzaam maar zeker ontstonden er ook speciaal voor kinderen gecomponeerde liederen.

De zingende kinderwereld is de titel van een liedbundeltje met kinderliedjes door J. Worp waarvan de tweede druk verscheen in 1881. We vinden op de eerste bladzijde het liedje van “de musicerende hazen”, nog steeds bij velen bekend onder de titel ‘In een groen, groen, groen, groen knollen knollen land’.


Sinds 1880 is er zowel in de maatschappij als in het zingen en musiceren met kinderen veel veranderd. In de negentiende en in de eerste helft van de twintigste eeuw werd er allereerst aandacht besteed aan het zingen van kinderen in de lagere schoolleeftijd. De liedjes uit de bundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’ zijn bij velen nog bekend.

In 1973 werden de ‘Pyramide’ lezers er door Annie Langelaar op attent gemaakt dat er ook met peuters gezongen en gemusiceerd kon worden. Ze gaf aan dat er in de peuterspeelzalen, die toentertijd als paddenstoelen uit de grond verrezen, lied en spelmateriaal speciaal voor de peuters aanwezig moest zijn. Wanneer de leidsters op een creatieve en inspirerende manier met de kinderen zouden zingen, daarbij de muzikale mogelijkheden van de kinderen in het oog houdend, kon er een goede basis gelegd worden voor de verdere ontwikkeling van het zuiver zingen. De aanbevelingen van Annie Langelaar zijn nu nog steeds actueel.


In 1977 verscheen het boek ”Kindergarten is too late” (Ibuka Masaru) waarin een vurig pleidooi werd gehouden om zo vroeg mogelijk met de kinderen te gaan zingen en musiceren.

Vanaf 1990 zijn er intensieve researchprojecten uitgevoerd waardoor er steeds meer kennis over de (muzikale)ontwikkeling van jonge kinderen beschikbaar is gekomen.


Eind 2006 werd er aan de universiteit van Leiden een lezing gegeven waarbij uiteen gezet werd dat Wolfgang Amadeus Mozart niet als genie geboren werd maar dat een rijk muzikaal milieu en een gedegen muzikale opvoeding (door vader Leopold Mozart) samen met het aanwezige potentieel ervoor gezorgd hebben dat zijn talent tot ontplooiing kon komen.

In de laatste decennia van de twintigste eeuw zien we dat er een steeds groter belang toegekend wordt aan zingen en muziek maken met jonge kinderen in de voorschoolse periode. Ouders met jonge kinderen tussen 0-4 jaar, kinderdagverblijfleidsters en peuterspeelzaalleiding hebben, in de eenentwintigste eeuw, de keuze uit een uitgebreid liedrepertoire met zowel traditionele liedjes uit de cultuur als speciaal gecomponeerde eigentijdse liedjes.


Een eerste kennismaking met muziek

De eerste kennismaking met muziek vindt plaats tijdens het verblijf in de baarmoeder. Daar doen we de eerste ervaringen op met muziek zoals: de puls van de hartslag, het ritme van de bloedstroom, het afwisselend waarnemen van wel en geen trilling en het ritmisch heen en weer gewiegd worden tijdens bewegingen van de moeder. Via het vruchtwater bereiken klanken en geluiden de foetus: o.a. het kloppende hart van de moeder. Dit geluid neemt de foetus tijdens de laatste maanden van de zwangerschap onafgebroken waar.

Ook stemmen en geluiden uit de directe omgeving zijn aan het eind van de zwangerschap bekend voor de baby. Door de ritmes, de vertrouwde klanken en de terugkerende bewegingen krijgt het leven structuur.


Groei en ontwikkeling

Bij de keuze van het juiste liedrepertoire speelt, naast kennis van kenmerken van peuterliedjes, ook het inzicht in de ontwikkeling van jonge kinderen een belangrijke rol. Zoals een beginnende lezer compleet af zal haken wanneer gevraagd wordt om de encyclopedie voor te lezen zo zal ook het aanbod van liedjes en muzikale spel- en bewegingsactiviteiten moeten passen bij de mogelijkheden van de kinderen. Laten we, aan de hand van wetenschappelijk onderbouwde gegevens, eens naar de ontwikkeling van kinderen kijken. In de Voorschoolse Muziek Educatie onderscheiden we zeven ontwikkelingsgebieden waarmee we, zowel bij het formuleren van de doelstellingen als bij het samenstellen van de muzieklessen, rekening houden: de zintuiglijke, motorische, sociale, emotionele, spraak/taal, muzikale en cognitieve ontwikkeling.


U las de eerste pagina's van dit artikel. Het volledige artikel vindt

u bij artikelen op de website: www.zingendoemaarmee.nl/ over ons/ artikelen


Nog meer om te lezen
Recent Posts
Search By Tags
Follow Us
  • Facebook Classic
  • Twitter Classic
  • Google Classic